Home

Foto's en info

Informatie

Links

Contact

 

HaKo Fotografie

Nieuwzeeland-info.nl

Land-info.nl

IJsland-info.nl

 
 

 

In Alaska is een enorme diversiteit van planten en dieren. Op deze pagina maakt u kennis met de verschillende biotopen van Alaska. De informatie over de dieren die hier voorkomen vindt u op een andere pagina: Wildlife van Alaska.

Langs de kust en in de zee.
Langs de kust leven in de getijdenzone ontelbare organismen. Niet alleen het aantal planten en dieren is hier indrukwekkend, ook de soortenrijkdom. De grootste vertegenwoordigers hier zijn de Grote Pacific Octopus, de Rode Zee-egel, de Sinaasappelslak en de Stekelige Roze Zeester. Ook leven hier zo’n 400 soorten schelpdieren, 80 soorten krabben, meer dan 60 soorten zeesterren en meer dan 130 soorten zeeslakken.
Deze schelpdieren maar ook de kwallen, garnaaltjes en anemonen voeden zich met plankton die hier in het water zweven. Op hun beurt worden zij weer opgegeten door zeesterren, vissen, zeehonden en walvissen. Verder komen hier nog dolfijnen, orka’s en zeeotters voor.
Op de grens van het land en water leven de planten die zijn aangepast aan de dynamische omstandigheden langs de kust. Volledig onbeschermd krijgen ze de volle laag van de westenwinden en kunnen ze daarbij overspoeld worden door het zoute water. Ze groeien op de rotspartijen en kliffen boven het water. Het zijn vaak kruipers die zo laag mogelijk bij de grond blijven om zo weinig mogelijk wind te vangen. De planten die hier leven kunnen het zoute water niet gebruiken en daarom moeten ze zuinig zijn met het beschikbare regenwater. Het wordt opgeslagen in hun dikke bladeren die voorzien zijn van was of haartjes om de verdamping tegen te gaan. Enkele namen van de soorten die hier voorkomen zijn de Salal, Zee-aardbei, Nootka Lupine en de Koningskroon.

<<<< terug

 
Het regenwoud.
De Sitkaspar is een naaldbomensoort die het best tegen het zoute water kan. Deze boom domineert dan ook de smalle strook bos die grenst aan het open strand. Dicht langs de kust blijft deze boom klein maar verder van de zee af kan de boom uitgroeien tot wel 80 m hoog en 10 m in omtrek. Deze woudreuzen zijn erg in trek bij de houtkapmaatschappijen.
Op de bodem groeit o.a weer de Salal, het Lelietje-der-dalen, de Bosbes en de Calypso Orchidee.
Verderop in het bos wordt het stil, hier is het een hele andere wereld. Het licht wordt gedempt door

de hoge toppen en de lucht voelt koel en vochtig aan. Het bos is bekleed met een tapijt van mos, varens en verrotte boomstammen. Nergens ter wereld is er zoveel gewicht aan levend materiaal verzameld als in deze regenwouden. Dit is het gematigd regenwoud van Alaska. Hier en daar groeit nog een Sitkaspar maar de Western Red Cedar en de Western Hemlock zijn hier overvloedig aanwezig.
Uit het verrotte hout van de Douglasspar groeit weer een nieuwe boom, de zaden ontkiemen hier en maken gebruik van de voedingsstoffen van de dode boom.
Op de bodem in het spaarzame zonlicht groeit de Huckleberry en de Blueberry, samen met de Salal. Een belangrijk plantje dat hier groeit is de Grote Korstmos. Deze heeft de mogelijkheid om stikstof uit de lucht te binden en deze beschikbaar te maken voor de andere planten in het bos. Het ‘old growth’-bos zou zonder dit plantje niet kunnen bestaan. In kleine plasjes waar het regenwater is blijven staan groeit het Veenmos. Dit Veenmos heeft de eigenschap om het water als een spons op te nemen. In deze natte, zure en zachte ondergrond kan weinig anders groeien dan de Shorepine, Labrador Thee, Zeggen, Zonnedauw en de Veenpluis. De jonge bomen worden op een gegeven moment te zwaar en vallen om of verdrinken.

Verder landinwaarts heerst een landklimaat met meer extreme uitersten. In de winter is het er kouder en zomers is het er warmer. Ook het verschil tussen de dag- en nachttemperatuur wordt groter. Dat heeft zeker een effect op het aanbod van soorten.
Hogerop in het noorden, of als u hoger de bergen ingaat, zullen de bomen lager zijn omdat het er kouder is. Er is ook een verschil tussen de bossen op de zuidelijk gelegen hellingen en de noordelijke hellingen. Want de neerslag komt terecht op de zuidelijk gelegen hellingen.

<<<< terug

Taiga.

Net onder de uitgestrekte woestheid van de toendra groeit een bostype dat we taiga noemen. Taiga is een Russisch woord wat ‘land van de kleine staken’ betekend. Deze staken zijn afkomstig van twee boomsoorten, de White Spruce (Zilver Spar) en de Black Spruce (Zwarte Spar) allebei familie van onze kerstboom. De Zwarte Spar is wat ieler dan de witte variant en komt op vochtig terrein voor, de Zilver Spar komt voor op drogere gronden. Op beschutte plaatsen kunnen ze nog 25 m lang worden maar waar de regen en wind vrij speel hebben worden de bomen niet groter dan enkele meters.
Er groeien hier en daar nog wat loofbomen zoals de Papierberk, Cottonwood en de Lariks. Een raar verschijnsel op de taiga is dat alle bomen in andere richtingen staan. Deze bomen zijn weggeschoven en omgevallen, dit wordt ook wel het dronken bos genoemd.
De permafrost houdt de grond constant bevroren. In de zomer ontdooit de bovenlaag waar de bomen, op de hellingen, op staan. Deze gaat vervolgens verschuiven over de harde onderlaag en de bomen kunnen zich niet meer oprichten nadat ze naar beneden zijn gegleden. Het dronken bos is gecreëerd.

<<<< terug

Toendra.
De toendra ligt boven de boomgrens en de bomen die hier nog staan, staan verder uit elkaar. Struiken verschijnen aan de rand en daarna neemt de toendra de vegetatie over. Deze toendra geeft slechts kansen aan de laaggroeiende planten. In deze overgangszone leven planten die slechts gedeeltelijk aan de taiga of toendra zijn aangepast. In de vochtige gebieden komen bosjes voor van wilgen en berken met hier en daar een verdwaalde spar. Tussen de bomen groeien bosbessen. Plekken die nog vochtiger zijn worden begroeid met grassen, zegges, mossen en korstmossen.
Hogerop in de gebieden met een steniger ondergrond wordt het droger. Het waait hier harder en het wordt kouder, de bodem wordt dun. Alles wordt hier niet meer hoger dan uw enkel.
De zomer is hier maar twee maanden lang, en in die tijd is er een ware groei-explosie. Alles wordt in razend tempo afgewerkt. Terwijl de bessen rijpen, kleuren de dwergstruikjes al weer geel, oranje en rood. De winter is weer in aantocht.
Verder naar het noorden wordt het landschap steeds onvriendelijker. Vaak zijn het stenen en ijs die hier te zien zijn. Maar er is nog steeds leven. Rode algen kleuren het ijs, ijswormen leven in het ijs en de insecten zwermen over de vlakten.

<<<< terug

Insecten.
Er komen in Alaska zo’n 20.000 insectensoorten voor. Het zijn er te veel om te bespreken maar de Mosquito, Midges, Horsefly, Black Flies, Western Yellow Jacket en de Rocky Mountain Wood Tick zijn vooral bekend door hun irritant gedrag. Ze zoemen, steken, kriebelen en kruipen waar u ze niet wilt hebben.
Vooral als ze net uit de eitjes komen kunnen de muskieten en de andere stekende insecten erg lastig zijn.
Kariboes hebben het vooral moeilijk met de steekvliegen en muskieten. Ze zullen moeten rennen om ze kwijt te raken. Ze zijn in de zomermaanden vooral op sneeuwvelden te vinden. Of op richels waar de temperatuur en de wind het weer lastig maken voor de insekten.
Muskieten kunnen zelfs een zieke kariboe een liter bloed per week ontnemen.
Mosquito. Komen veel voor in waterrijke gebieden waar zij hun eitjes moeten leggen. Op grotere hoogte komen ze minder voor. De slechtste tijd is tussen half juni en half juli. Dan kunnen ze het mens en dier erg lastig maken.
Midges. Deze kleine muggen zwermen in kleine groepen en kunnen lastig zijn, maar steken niet. Ze worden ook wel ‘gnats’ genoemd.
Horsefly. Deze vliegen kunnen erg lastig zijn. Ze achtervolgen hun ‘prooi’ soms urenlang om te kunnen bijten. Een wondje blijft vaak lang bloeden omdat ze een anti stollingsstof afgeven.
Black Fly. Deze vliegjes zijn maar 2 tot 4 mm groot en erg gemeen en bijtgraag. Ze kruipen in de rand van kledingstukken om te kunnen bijten. Het wondje zwelt op tot een puist van 1 cm met een zwart puntje in het midden. En dan begint het te jeuken, soms wel een week lang.
Western Yellow Jacket. Een beestje waar wij al aardig mee vertrouwd zijn. De wesp maakt vaak een hol in de grond onder de jeneverbes. Goed oppassen dus als u door het bos loopt.
Rocky Mountain Wood Tick. Deze teek komt voor op plaatsen waar veel wild voor komt. Ze hangen te wachten aan een grashalm of in een struik totdat er een voorbijganger voorbij komt waar ze zich aan vast haken. Een teek leeft van bloed, dat kan van een dier zijn maar ook van een mens. Als hij een gastheer heeft gevonden gaat hij op zoek naar een zacht stukje heet waar die doorheen kan bijten. Vaak is dat achter de oren, in haren, onder oksels of in de lies. Teken kunnen een virus bij zich dragen, ga daarom als u er een heeft gevonden op uw huid zo spoedig mogelijk naar een arts.

<<<< terug

Vogels.
Er komen vele soorten vogels voor in Alaska, van klein tot groot. Daarom houd ik het hier kort, de enkele soorten die ik beschrijf staan in het hoofdstuk
Wildlife van Alaska.

<<<< terug