Home

Foto's en info

Informatie

Links

Contact

 

HaKo Fotografie

Nieuwzeeland-info.nl

Land-info.nl

IJsland-info.nl

 
 

NATIVES VAN ALASKA



 

Natives.
Wanneer we denken aan een Alaska Native is de kans groot dat we aannemen dat alle natives tot hetzelfde ras behoren. Niets is minder waar, de bevolking is even divers als het landschap en vele verschillende talen worden gesproken.
Drie grote groepen zijn te onderscheiden namelijk de Eskimo’s van het noorden en het zuiden, de Aleoeten die op de gelijknamige eilandengroep leven en aan de Golf van Alaska en de Indianen van het centrale deel en de zuidoostkust van Alaska. Alle volkeren leefden van de jacht en wat ze hier en daar bij elkaar konden sprokkelen.
Meestal leefden ze in permanenten woningen en verhuisden slechts voor de zomer naar tijdelijke woonplaatsen om seizoensgebonden beesten te vangen zoals de zalm en de kariboe.
Religie was belangrijk voor deze cultuur. Ze geloofde in een leven na de dood en dat alle dieren een ziel hebben. Bij het kampvuur waren de verhalen over oorlog, handel en de oorsprong van het leven populair. Eén zo’n verhaal is die over de Raaf.

<<<<  terug

 

De Raaf en het ontstaan van land.
Het eerste wezen op aarde was de Raaf. Hij trouwde met een prachtige, witte zwaan en ze brachten een heerlijke zomer in het hoge noorden door. Toen de herfst aanbrak, vloog de zwaan echter zuidwaarts. De raaf paste op haar koninkrijk, maar werd verteerd door verdriet. Hij besloot haar te volgen, maar het tempo was voor de eenvoudige raaf niet te volgen. Aan het eind van zijn krachten stortte de raaf neer op een rots in de oceaan, want land was er nog niet. Nat en mistroostig zat hij daar te wachten op betere tijden. Hij was de wanhoop nabij, toen er een walvisjong aanspoelde. De raaf trok hem liefdevol op de kant en speelde wat met hem. Na enige tijd dook moeder walvis op die boos haar kind opeiste. De raaf weigerde en wilde allen toegeven als de moeder hem stenen van de bodem van de oceaan zou brengen. En zo gebeurde. De moeder duwde stenen en modder omhoog. De jonge walvis keerde naar haar moeder terug, en de raaf begon ijverig zeewier op de rotsen te draperen. De raaf ving zaadjes uit de lucht en zo kregen mossen, berken en wilgen de kans om te groeien op zijn pas gemaakte land. Later kwamen mensen en dieren naar zijn land om het te bewonen, maar diep in zijn hart wist de raaf dat dit alles zijn werk was. Tot op de dag van vandaag voelt hij zich de koning van Alaska en de zwanen keren ieder jaar terug om dit te bevestigen en hem de eer te bewijzen.

<<<<  terug

 

Hierboven de gebieden van de  Alaskan natives.

 

De Eskimo.
De Eskimo’s leefden vooral aan de kust waar ze jaagden op zeehonden, walrussen en walvissen. Maar er waren ook Eskimo’s die in het binnenland leefden en vooral jaagden op kariboe’s, vogels en kleine zoogdieren.
Hun huizen waren gedeeltelijk onder de grond gemaakt van drijfhout, geweien en walvisbeenderen. In de zomer werden er tenten gebruikt, deze waren makkelijker te vervoeren als ze naar de visgronden gingen om te jagen. Ook hier was de beste jager de grootste man.
Veel vangsten werden opgeslagen voor de lange koude winter en onderling verdeeld met de overige bewoners van het dorp. Voor brandstof gebruikten ze walvisolie en hout dat gevonden werd aan de kust.
Vrouwen waren vooral goede mandenmakers en naaisters. Alles van de dieren werden gebruikt om kledij te maken, terwijl hout, beenderen, ivoor van walvissen en fossiele mammoetbeenderen prachtige snijwerken opleverden.
Ze hadden een groot gemeenschapsgevoel en hadden dan ook niet echt een leider. Iedereen was verantwoordelijk voor de gemeenschap en het overleven daarvan. De grens tussen persoonlijk en gemeenschappelijk was vaag en zoiets als diefstal bestond ook niet. Alles behoorde tot iedereen en werd eerlijk gedeeld. Elke beslissing, omstandigheid werd besloten vanuit de gedachte wat het beste is voor de gemeenschap, zo werden ook huwelijken besloten.

<<<<  terug

De Aleoeten.
De Aleoeten leefden op de winderige eilanden op het uiterste zuidwestpunt van Alaska, The Aleutian Islands. Ze woonden in kleine huisjes gemaakt van zeehondenhuiden, dit ondersteund door een frame en in het midden een vuur om op te koken.
Ze leefden van de visvangst en de zee was dan ook hun belangrijkste leverancier van voedsel, sterker nog, meer dan een kilometer landinwaarts reizen was een uitzondering.
In de zomer droegen ze binnen en buiten weinig kleding maar als het kouder werd waren warme, kniehoge laarzen en dikke parka’s tot over de knieën zeer belangrijk. Deze kleding maakten ze van zeehondenhuiden, en er werd zelfs regenkleding gemaakt van de darmen van deze dieren en regendichte overtrekken voor over de boten. Dit werd vooral gedaan in de wintermaanden bij het licht van een olielampje.
Ze stonden ook bekend om hun mandenvlechten, deze werden gemaakt van kleine twijgjes en grassen of de baleinen van de walvis. Het vlechten gebeurde zo precies dat ze zelfs waterdicht konden worden gemaakt.
Ze hadden een grootte kennis op gebied van medicijnen, acupunctuur en mummificeren.
De Aleoeten hadden drie sociale rangen: slaven, gewone mensen en de gerespecteerde walvisvaarders. Als men stierf gingen werden de slaven soms mee begraven.
Met de komst van de russen, ze werden vreselijk onderdrukt, stierven er vele door moord, ondervoeding en uitputting.
Toen russen weg waren, lieten de Amerikanen ze met rust. Dit niet vanwege respect, maar volgens hun was daar toch niets te halen in het verre westen. In de WOII werd het gebied veroverd door de Japanners, en verhuisden ze naar het zuiden waar vele stierven aan ondervoeding en kou.
De eilanden worden nog steeds bewoond door hun afstammelingen.

<<<<  terug

De Athabascan.
Deze indianen leefden in kleine groepen in het binnenland en hadden hun kampement vaak in de buurt van rivieren. Het waren nomaden die leefden van de jacht maar ze hadden ook vis op hun menukaart staan.
Omdat ze jagers waren, liepen en reisden ze veel. Soms reisde ze dagen door het ruige binnenland zonder voedsel en schuilplaats in een temp van -50c. Doorzettingsvermogen en psychische kracht waren hun grootste kracht.
Berketakken werden gebruikt voor het maken van kano’s, sledes en sneeuwschoenen.
De indianen in het zuiden hadden het stukken gemakkelijker. Het klimaat was milder en daarom was het voedsel ook makelijker te vergaren. Er bleef daarom ook veel meer tijd over voor andere bezigheden zoals handel, reizen en sociale activiteiten. Het werden uitstekende zaken mensen en handelslieden. De handel was zeer belangrijk en er werden daarom ook grote afstanden afgelegd, soms wel 1600 km. Het betaalmiddel was de deken van Cedar schors, honde-en geitenhaar. Later, toen de blanken kwamen, werden de dekens gemaakt van wol.
Ze maakten kleurrijke totempalen, vaak in het zwart en rood. Volgens deze indianen had alles een ziel, van rots tot meer en van vis tot mens. Gedode dieren werden met respect behandeld, dode beren werden met een welkomstspeech ontvangen en zaten soms twee dagen in een erezetel. De beenderen van vissen werden ook teruggelegd op de plaats van de vangst.

<<<<  terug

Natives nu.
De blanken hadden een verwoestend effect op deze culturen. De massamoorden door de russen op de Aleoeten die de aantallen van 20.000 tot 2000 wisten terug te brengen. Meegebrachte ziektes, sterke drank, de vernieling van voedselbronnen en luxe artikelen ontwrichten deze samenlevingen. Ook missionarissen probeerden hun een nieuwe cultuur op te dringen.
De zuidelijke indianen wisten zich beter staande te houden, zij profiteerden het meest van het vernieuwde onderwijssysteem voor de natives. Ze krijgen steeds meer land terug wat hun door de blanken was afgenomen. Helaas leven nog veel mensen tussen twee culturen en voelen ze zich nog niet helemaal thuis in onze geldmaatschappij.
Hun levensstandaard is nog steeds erg laag vergeleken met andere bevolkingsgroepen. Zo komen zelfmoord en drankmisbruik nog vaak voor.
Gelukkig neemt de trots op hun native afkomst toe waardoor er kans bestaat dat er in de toekomst een beter evenwicht zal worden gevonden tussen de twee culturen.

<<<<  terug


Links: