|
De Eskimo.
De Eskimo’s leefden vooral aan de kust waar ze jaagden op zeehonden,
walrussen en walvissen. Maar er waren ook Eskimo’s die in het
binnenland leefden en vooral jaagden op kariboe’s, vogels en kleine
zoogdieren.
Hun huizen waren gedeeltelijk onder de grond gemaakt van drijfhout,
geweien en walvisbeenderen. In de zomer werden er tenten gebruikt,
deze waren makkelijker te vervoeren als ze naar de visgronden gingen
om te jagen. Ook hier was de beste jager de grootste man.
Veel vangsten werden opgeslagen voor de lange koude winter en
onderling verdeeld met de overige bewoners van het dorp. Voor
brandstof gebruikten ze walvisolie en hout dat gevonden werd aan de
kust.
Vrouwen waren vooral goede mandenmakers en naaisters. Alles van de
dieren werden gebruikt om kledij te maken, terwijl hout, beenderen,
ivoor van walvissen en fossiele mammoetbeenderen prachtige
snijwerken opleverden.
Ze hadden een groot gemeenschapsgevoel en hadden dan ook niet echt
een leider. Iedereen was verantwoordelijk voor de gemeenschap en het
overleven daarvan. De grens tussen persoonlijk en gemeenschappelijk
was vaag en zoiets als diefstal bestond ook niet. Alles behoorde tot
iedereen en werd eerlijk gedeeld. Elke beslissing, omstandigheid
werd besloten vanuit de gedachte wat het beste is voor de
gemeenschap, zo werden ook huwelijken besloten.
<<<< terug
De Aleoeten.
De Aleoeten leefden op de winderige eilanden op het uiterste
zuidwestpunt van Alaska, The Aleutian Islands. Ze woonden in kleine
huisjes gemaakt van zeehondenhuiden, dit ondersteund door een frame
en in het midden een vuur om op te koken.
Ze leefden van de visvangst en de zee was dan ook hun belangrijkste
leverancier van voedsel, sterker nog, meer dan een kilometer
landinwaarts reizen was een uitzondering.
In de zomer droegen ze binnen en buiten weinig kleding maar als het
kouder werd waren warme, kniehoge laarzen en dikke parka’s tot over
de knieën zeer belangrijk. Deze kleding maakten ze van
zeehondenhuiden, en er werd zelfs regenkleding gemaakt van de darmen
van deze dieren en regendichte overtrekken voor over de boten. Dit
werd vooral gedaan in de wintermaanden bij het licht van een
olielampje.
Ze stonden ook bekend om hun mandenvlechten, deze werden gemaakt van
kleine twijgjes en grassen of de baleinen van de walvis. Het
vlechten gebeurde zo precies dat ze zelfs waterdicht konden worden
gemaakt.
Ze hadden een grootte kennis op gebied van medicijnen, acupunctuur
en mummificeren.
De Aleoeten hadden drie sociale rangen: slaven, gewone mensen en de
gerespecteerde walvisvaarders. Als men stierf gingen werden de
slaven soms mee begraven.
Met de komst van de russen, ze werden vreselijk onderdrukt, stierven
er vele door moord, ondervoeding en uitputting.
Toen russen weg waren, lieten de Amerikanen ze met rust. Dit niet
vanwege respect, maar volgens hun was daar toch niets te halen in
het verre westen. In de WOII werd het gebied veroverd door de
Japanners, en verhuisden ze naar het zuiden waar vele stierven aan
ondervoeding en kou.
De eilanden worden nog steeds bewoond door hun afstammelingen.
<<<< terug
De Athabascan.
Deze indianen leefden in kleine groepen in het binnenland en hadden
hun kampement vaak in de buurt van rivieren. Het waren nomaden die
leefden van de jacht maar ze hadden ook vis op hun menukaart staan.
Omdat ze jagers waren, liepen en reisden ze veel. Soms reisde ze
dagen door het ruige binnenland zonder voedsel en schuilplaats in
een temp van -50c. Doorzettingsvermogen en psychische kracht waren
hun grootste kracht.
Berketakken werden gebruikt voor het maken van kano’s, sledes en
sneeuwschoenen.
De indianen in het zuiden hadden het stukken gemakkelijker. Het
klimaat was milder en daarom was het voedsel ook makelijker te
vergaren. Er bleef daarom ook veel meer tijd over voor andere
bezigheden zoals handel, reizen en sociale activiteiten. Het werden
uitstekende zaken mensen en handelslieden. De handel was zeer
belangrijk en er werden daarom ook grote afstanden afgelegd, soms
wel 1600 km. Het betaalmiddel was de deken van Cedar schors,
honde-en geitenhaar. Later, toen de blanken kwamen, werden de dekens
gemaakt van wol.
Ze maakten kleurrijke totempalen, vaak in het zwart en rood. Volgens
deze indianen had alles een ziel, van rots tot meer en van vis tot
mens. Gedode dieren werden met respect behandeld, dode beren werden
met een welkomstspeech ontvangen en zaten soms twee dagen in een
erezetel. De beenderen van vissen werden ook teruggelegd op de
plaats van de vangst.
<<<< terug
Natives nu.
De blanken hadden een verwoestend effect op deze culturen. De
massamoorden door de russen op de Aleoeten die de aantallen van
20.000 tot 2000 wisten terug te brengen. Meegebrachte ziektes,
sterke drank, de vernieling van voedselbronnen en luxe artikelen
ontwrichten deze samenlevingen. Ook missionarissen probeerden hun
een nieuwe cultuur op te dringen.
De zuidelijke indianen wisten zich beter staande te houden, zij
profiteerden het meest van het vernieuwde onderwijssysteem voor de
natives. Ze krijgen steeds meer land terug wat hun door de blanken
was afgenomen. Helaas leven nog veel mensen tussen twee culturen en
voelen ze zich nog niet helemaal thuis in onze geldmaatschappij.
Hun levensstandaard is nog steeds erg laag vergeleken met andere
bevolkingsgroepen. Zo komen zelfmoord en drankmisbruik nog vaak
voor.
Gelukkig neemt de trots op hun native afkomst toe waardoor er kans
bestaat dat er in de toekomst een beter evenwicht zal worden
gevonden tussen de twee culturen.
<<<< terug |