Home

Foto's en info

Informatie

Links

Contact

 

HaKo Fotografie

Nieuwzeeland-info.nl

Land-info.nl

IJsland-info.nl

 
DIEREN VAN ALASKA


De wildstand in Alaska is nog zodanig dat er een goede kans bestaat dat u verschillende soorten zult tegenkomen of zien. Enkele karakteristieke of veelvuldig voorkomende dieren worden hieronder besproken.

Klik op een naam hieronder om naar het desbetreffende dier te gaan.


Berggeit (Mountain Goat)

Poolvos (Arctic Fox)

Bever (Beaver)

Raaf (Raven)

Boshoen (Spruce Grouse)

Rivierotter (River Otter)

Bultrug (Humpback Whale)

Rode Vos (Red Fox)

Canadese Kraanvogel (Sandhill Crane)

Sneeuwhoen (Ptarmigan)

Coyote (Coyote)

Steenarend (Golden Eagle)

Dall Schaap (Dall Sheep)

Stekelvarken (Porcupine)

Eland (Moose)

Veelvraat (Wolverine)

Grijze Marmot (Hoary Marmot)

Walrus (Walrus)

Grizzlybeer (Grizzly Bear)

Witkop Zeearend (Bald Eagle)

Grondeekhoorn (Ground Squirel)

Wolf (Wolf)

IJsduiker (Common Loon)

Zalmen (Salmon)

IJsbeer (Polar Bear)

Zeehond (Harbour Seal)

Kariboe (Caribou)

Zeeleeuw (Stellar Sea Lion)

Kodiakbeer (Kodiak Bear)

Zeeotter (Sea Otter)

Lynx (Lynx)

Zwarte Beer (Black Bear)

Orka (Killer Whale)

 

 

Hier voor meerdere links over de verschillende diersoorten van Alaska

 

Eland (Moose). De Eland is na de bizon het grootste landdier van het continent. Een onmiskenbare verschijning met zijn paardachtige kop, bult op de rug en een enorm gewei met platte bladen (mannetje). Ze zijn enorm sterk en vooral het mannetje kan in de herfst, tijdens de bronstijd, een geduchte vijand zijn. Ze zijn dan opgefokt en agressief naar alles wat een geduchte concurrent kan zijn. De enige vijanden van de Eland zijn de mens en wolf. In de zomer ziet u hem veelvuldig in natte valleien, moerassen en langs meren staan. Ze staan in het water en grazen de waterplanten van de bodem. Ook eten ze de jonge twijgen van de bomen.

<<<<  terug


Kariboe (Caribou). De Kariboe wordt ongeveer 180 cm lang en bereikt een hoogte van 1 m bij de schouders. De vacht is vaalbruin met oneven witte vlekken, in de winter wordt hij lichter van kleur. Zowel het mannetje en het vrouwtje krijgen een gewei, en dat is uniek bij hertachtigen. Hij heeft een bijzondere manier van rennen, met de nek gestrekt en de kop doodstil lijkt het alsof de hoeven de grond niet raken en ze moeiteloos zweven. Ze komen voor op de alpiene weiden en in de subalpine zone. De Kariboe eet voornamelijk rendiermos, grassen en zeggesoorten. Het hele jaar door trekken ze over de toendra op zoek naar geschikte eetgronden.

<<<<  terug


Berggeit (Mountain Goat). Berggeiten lopen over de meest extreme berghellingen en rotsmassieven. Ze zijn zulke behendige klimmers dat ze nauwelijks iets te vrezen hebben voor beren, wolven of poema’s. Ondanks dat de sneeuwgeit goed is aangepast aan het leven op steile rotskliffen, komen ongelukken voor. Lawines en vallende rotsen maken de grootste slachtoffers onder de geiten. Het beest is volledig wit en voorzien van een lange dikke vacht. Ze eten zomers vooral grassen, jonge scheuten, bladeren en twijgen van struiken. 's Winters eet hij voornamelijk mos en korstmos, twijgen van dennen, sparren, jeneverbes en ratelpopulier, en de wortelstokken van varens.

<<<<  terug


Dall Schaap (Dall Sheep). De Dall Schaap, het enige witte schaap ter wereld, is kleiner dan hun zuidelijke verwant die in de Canadese Rockies leven. Net als de Berggeit komen ook zij hoog boven de boomgrens voor.Ze voeden zich in de zomer met een grote verscheidenheid aan planten. In de winter voeden ze zich met droge, bevroren gras, zegge, korstmossen en mossen. Hun voornaamste vijanden zijn wolven, beren, de veelvraat, de lynx en de steenarend. Ook het weer eist haar tol, als hun voedsel onder een harde laag ijs verborgen zit kunnen ze verhongeren.

<<<<  terug


Grizzlybeer (Grizzly Bear). Deze beer is het symbool van de wildernis, een dier dat groter en sterker is dan ons. Een gemiddelde ‘mighty grizzly’ heeft een lengte van 190 cm, en een schouderhoogte van 130 cm. Het gewicht varieert van 250 t/m 400 kg. Ze hebben een flinke schouderbult, heel lange nagels en een pels die varieert van blond tot bruin en bijna zwart. De grizzly is een alleseter: in het voorjaar met vers groenvoer, midden in de zomer met bessen, maar ook calorierijk vlees van jonge of zieke hoefdieren. Op zijn tijd graaft hij een marmot of grondeekhoorn uit. En dan natuurlijk de verse zalm tijdens de zalmentrek. De hele zomer en najaar zijn erop gericht om zoveel mogelijk vet aan te maken, want een beer die hongerig de winterslaap ingaat zal het voorjaar niet meemaken.

<<<<  terug


Kodiakbeer (Kodiak Bear). De Kodiakbeer is de grootste beer en het grootste landroofdier op aarde. Gemiddeld is een mannetje zo'n 400 kg zwaar, maar er zijn exemplaren bekend van 1000 kg.
Ondanks hun grootte zijn ze in staat snelheden van 50 km/h te halen en die tijden lang vast te houden. Eens werd gezien hoe een Kodiakbeer een paard achterna jaagde, inhaalde en doodde. Het is een alleseter, dit houdt in dat ze zowel vlees als planten eten. Toch gaat hun voorkeur uit naar planten. Op hun menu staat o.a. noten, bessen, wortels, gras, bladeren, boomschors en ook honing. In de herfst eet hij vooral zalm als die bezig is met de jaarlijkse trek. De naam Kodiakbeer stamt af van het eiland Kodiak voor de kust van Alaska. Andere eilanden waar de beer voorkomt zijn Afognak, en Shuyak.

<<<<  terug


Zwarte Beer (Black Bear). De Zwarte Beer is ongeveer 160 cm groot, een schouderhoogte van 95 cm, en een gewicht van 170 kg. Hij is beduidend kleiner dan de Grizzly, heeft geen schouderbult, en de kop en snuit zijn eerder langgerekt zoals bij een hond: hij heeft bovendien flinke oren. Het dieet bestaat voor 75% uit plantaardig voedsel, maar ook mieren, vis en kadavers worden gegeten. Ze leven vooral in gemengde bossen van loof-en naaldhout. De naam Zwarte Beer is misleidend, want veel zwarte beren komen in kaneelkleurige variant voor. Ze eten zich vet in de late zomer en gaan vervolgens in november in winterslaap. Anders dan de Grizzly kan de Zwarte Beer in bomen klimmen.

<<<<  terug


IJsbeer (Polar Bear). De IJsbeer is na de Kodiakbeer het grootste landroofdier. Een volwassen mannetjes beer kan tot 3 meter lang en 800 kilogram zwaar worden. De IJsbeer komt enkel voor in en rond het Noordpoolgebied. Hun lichaam is aangepast aan het leven in deze gebieden waar het vaak 20 tot 30 graden vriest. Hun grote poten met behaarde zool zorgen ervoor dat het lichaamsgewicht goed wordt verdeeld, waardoor ze ook over dun ijs kunnen lopen zonder erdoor te zakken. Ze voeden zich het liefst met zeerobben en zeehonden, walrussen, beluga walvissen, vissen, lemmingen, zeevogels, eieren en zelfs bessen, grassen en wier.
IJsberen kunnen ontzettend goed ruiken, waardoor ze een zeehond kunnen ruiken die een meter onder het ijs zit en meer dan een kilometer verder is. Een dood dier ruiken ze zelfs op 25 kilometer afstand.

<<<<  terug


Wolf (Wolf). De Wolf is ongeveer 175 cm lang, een schouderhoogte van 1 m, en een gewicht van 50 kg. Ze leven net als de mens in groepen, waarbinnen sterke sociale banden heersen, en werken samen om een doel te bereiken. Het zijn meestal kleine groepen van 6 tot 15 exemplaren. Ze jagen op marmotten, hazen, maar ook op jonge herten, kariboe -of elandkalfjes. Als je denkt een wolf te zien dan is het meestal een husky of coyote, die veel algemener voorkomt. Zeker in de buurt van dorpen en wegen. Wolven komen nog maar zelden voor in dichtbevolkte gebieden omdat ze daar zijn uitgeroeid. Het is misschien wel het mooiste geluid van de wildernis: de huilende zang van de wolf.

<<<<  terug


Coyote (Coyote). De Coyote is kleiner dan de wolf en heeft een staart die net als bij vossen dik en luchtig is. De vacht is grijs tot roodgrijs, met roestbruine poten en oren, en een crèmekleurige buik. Ze leven van kleine knaagdieren, hazen, gevogelte en soms een heel jong hert. De coyote 'leeft in kleine groepen, van 4 tot 9 exemplaren, of solitair in de prairie en in niet te dichtbegroeide bossen. Als de Coyote op jacht gaat jagen ze voornamelijk in tweetallen. Een wolf of poema ziet de Coyote als concurrent en zal hem doden als hij de kans krijgt, meestal zonder hem op te eten. Het meest actief zijn ze in de schemering of de nacht.

<<<<  terug


Lynx (Lynx). De Lynx is een katachtige en heeft een grijze vacht, lange poten met grote voeten, en typische pluimpjes aan de uiteinden van de oren. Ze komen voor in subalpiene bossen waar ze jagen op sneeuwschoenhazen, eenden en knaagdieren. Het zijn uitstekende jagers die zich vaak vanuit de hoogte op hun prooi storten. Ze zijn meestal solitair, hoewel een kleine groep van lynxen zich samen kunnen verplaatsen, ze hebben vaak een territorium van ongeveer 200 km². En soms gaan ze samen op jacht. Door de jacht en verdrijving uit hun leefgebied zijn deze katten tegenwoordig vrij zeldzaam geworden daarbij zijn ze erg schuw. U zult ze daarom niet zo gauw zien. 

<<<<  terug


Poolvos (Arctic Fox). De Poolvos leeft op de Arctische toendra van Alaska, maar komt ook voor in de rest van Noord-Amerika, Noord-Europa en Noord-Azië.
De vachtkleur varieert. In de zomer is het dier meestal grijsachtig bruin, in de winter wit. Poolvossen verschillen van gewone vossen door de kortere oren en snuit, de rondere kop en de dikkere vacht. Ook hebben ze harige voetzolen. De poolvos voedt zich met kleine zoogdieren, vooral lemmingen en andere woelmuizen. Ook sneeuwhazen, vogels en eieren insecten, bessen en vruchten staan op het menu.

<<<<  terug


Rode Vos (Red Fox). De vos heeft tegenwoordig het grootste verspreidingsgebied van alle roofdieren. Hij komt voor over praktisch het gehele Noordelijk Halfrond, van de poolcirkel tot Noord-Afrika, Midden-Amerika en het Aziatische steppengebied. Op zijn menu staan meestal kleine en middelgrote prooidieren, zoals grote kevers, muizen en andere knaagdieren, konijnen, hazen, vogels en katten, eieren, regenwormen en egels. Ook vruchten en bessen (vooral bramen) worden gegeten, evenals aas, placenta's en afval. Zijn vacht is over het algemeen roodbruin, maar het kan ook beige tot helderrood zijn, of zilverkleurig tot zwart.

<<<<  terug


Veelvraat (Wolverine). De Veelvraat komt voor in Arctische gebieden zoals Alaska, Noord-Canada, Rusland, Siberië en Scandinavië. Ze geven de voorkeur aan bergachtige gebieden met rotshellingen. Hij behoort tot de familie van de marterachtigen en is een carnivoor. Op het menu staan knaagdieren, vogels, eieren, vruchten, bessen en aas. Meestal jaagt hij vanuit een hinderlaag. Hij staat ook bekend als een erg sterk en furieus beest. Het schrikt er zelfs niet voor terug om een grizzlybeer of een eland aan te vallen. Veelvraten zijn niet geliefd bij jagers, omdat zij de vallen met gevangen dieren leeghalen. Ook wordt er in Alaska nog steeds op gejaagd voor de pels, en de Eskimo gebruikt de bont van de veelvraat in hun jassen.

<<<<  terug


Rivierotter (River Otter). De Rivierotter is een goede meter lang, waarvan de staart bijna de helft meet. De dichte vacht is donkerbruin, de kop flink uitgedost met lange snorharen en tussen de poten bevinden zich zwemvliezen. Het is een zeer slanke snelle zwemmer, een jager in helder traag stromende rivieren, moerassen en aan de kust in zee. Op hun menu staat voornamelijk vis, maar ze eten ook kleine zoogdieren als muizen, amfibieën en rivierkreeften. De rivierotter leeft meestal solitair, maar is niet agressief tegenover soortgenoten. Ze spelen daarentegen regelmatig met andere soortgenoten. Vroeger werd er veel op de rivierotter gejaagd voor zijn vacht.

<<<<  terug


Zeeotter (Sea Otter). De Zeeotter is veel groter dan zijn rivierverwant. Ze zijn ongeveer 75 – 100 cm groot, geheel ingepakt in een dichte bruine vacht van lange haren. De voorpoten hebben vingers met zwemvliezen, de achterpoten lijken meer op flippers. Het zijn echte zeedieren, die eten, slapen, paren en zelfs hun jongen ter wereld brengen in het water. Ze eten zee-egels, krabben, mosselen en vis.

Hij was bijna uitgestorven door overbejaging, maar gelukkig heeft een klein groepje het toch overleefd. Inmiddels is hij weer vrij talrijk aan de kust van Alaska te zien.

<<<<  terug


Bever (Beaver). De Bever is het grootste knaagdier van het hoge noorden. Hij is ruim een meter lang, waarvan bijna de helft wordt ingenomen door de platte en onbehaarde staart. Bevers eten uitsluitend plantaardig materiaal. Het menu bestaat onder andere uit oeverplanten, riet, waterlelies, jonge twijgen, bladeren en boomschors. In de zomer eet hij vooral kruiden en waterplanten. Hij bouwt dammen in rustig stromende beekjes
en zet daarmee de omgeving onder water. De halfronde koepel wordt gemaakt van takken en twijgen, afgesmeerd met modder en voorzien van enkele vluchtgangen onder water. Er werd vroeger op ze gejaagd vanwege hun pels.

<<<<  terug


Grijze Marmot (Hoary Marmot). De Grijze Marmot heeft een dikke harige vacht die op zijn kop en rug zilvergrijs is, en op zijn staart en buik roodbruin. Ze bevolken zonnige alpineweide waar ze hun holen hebben. Eentje staat op de uitkijk, terwijl de anderen zich te goed doen aan het verse groen, een beetje spelen, of liggen te soezen in de zon. Maar zodra een vijand (grizzly, mens of arend) wordt gesignaleerd klinkt een hoge fluittoon, een teken voor de hele kolonie zich uit de voeten te maken. De Grijze Marmot voedt zich met grassen, kruiden en zeggen. Soms eet hij ook bloemen, onrijpe vruchten en wortels.

<<<<  terug


Grondeekhoorn (Ground Squirel). De Grondeekhoorn lijkt veel op de Wangzakeekhoorn (Chipmunk), maar hebben witte strepen op de flanken, niet op de kop. Ook zijn ze een stuk groter, tussen de 20 en 25 cm. Ze leven in kleine groepen en maken holen onder de grond. Je ziet ze in de open velden, onder rotsen en in zanderig terrein. Ze eten bessen, zaden, maar ook bloemen en paddenstoelen.  Grondeekhoorns leven over het algemeen in sociale groepen en leggen onder de grond gangen en burchten aan. Grondeekhoorns kennen veel vijanden, waaronder roofvogels, de grizzly, wolven, vossen en marterachtigen.

<<<<  terug


Stekelvarken (Porcupine). Het Stekelvarken is een zeer algemeen voorkomend knaagdier, vooral in sparrenbossen en dennenbossen tot aan de boomgrens. Hij is 70 cm groot en heeft een gewicht van 6 tot 7 kg. Het heeft een zwarte snoet en een lange bruine vacht, waar 30.000 scherpe stevige stekels bevinden. Als hij wordt lastig gevallen dan zet hij zijn stekelharnas op. De onbeschermde buik is het meest kwetsbaar.

Het zijn nachtdieren en gaan vaak in hun eentje op zoek naar voedsel. Dit voedsel bestaat uit plantaardig materiaal als plantenwortels, knollen, bast, gevallen vruchten.

<<<<  terug


Bultrug (Humpback Whale). De Bultrug is een van de grotere walvissoorten met een maximale lengte die kan variëren van 12 tot 15 meter. Het wijfje wordt groter dan het mannetje. Een volwassen exemplaar weegt 25 tot 30 ton. Het eerste wat je van dit dier ziet is een fontein van waterdamp als ze boven water uitademen. Daarna verschijnt de rug en als klap op de vuurpijl, tilt het 16 m lange beest de staartvin helemaal uit het water. Hierna zie je hem voor een lange tijd niet terug. De naam heeft hij te danken aan de bobbel die vlak voor de kleine rugvin zit (deze ontbreekt bij de grijze walvis). Ze voeden zich met kril en vis, die ze vangen met hun baleinen.

<<<<  terug


Orka (Killer Whale). De Orka is ook een zoogdier die boven water adem moet halen. Te herkennen aan zijn zijn typische zwart-witte kleuring, de enorme rugvin, die tot 2 meter hoog kan zijn, en slanke verschijning. Mannetjes kunnen tot 9,5 meter lang worden en tot 6 ton wegen. De vrouwtjes zijn iets kleiner, tot 8,5 meter, en kunnen ongeveer 5 ton wegen.

Ze worden ook wel de ‘wolven van de zee’ genoemd omdat ze in groepen leven en door samen te werken de grootste en sterkste prooien klein krijgen. Ze jagen op vis, zeehonden, zeeleeuwen, pinguïns, inktvissen  en zelfs walvissen, maar heeft respect voor de mens. Tot op heden is nog nooit een mens aangevallen door een wilde orka.

<<<<  terug


Zeeleeuw (Stellar Sea Lion). De Zeeleeuw kan wel 3 m lang worden en meer dan 1000 kg wegen (mannetje). Ze zijn te onderscheiden van zeehonden door hun oorschelpen en doordat ze hun flippers naar voren kunnen leggen. Ze wonen in grote kolonies op de meest roerige rotseilanden, zo ver mogelijk in de oceaan. Wie ze door het water ziet schieten, kan niet anders dan onder de indruk raken van de wendbaarheid en gratie waarmee het dier zich beweegt. Op het land zie je hem stuntelen als in een slapstick.

Hij jaagt voornamelijk op zeevis en haring, maar ook krabben, garnalen, octopussen, inktvissen en mosselen staan op het menu.

<<<<  terug


Walrus (Walrus). De Walrus is een robbensoort die in de koude zeeën van het noordelijke halfrond voorkomt. Het meest opvallende kenmerk van de Walrus zijn de lange slagtanden. Ze komen voor bij beide geslachten maar bij het mannetje zijn ze meestal langer, rechter en steviger.
De mannetjes kunnen wel 3.5 meter lang worden en wel 1800 kilo wegen, de vrouwtjes zijn echter kleiner, maximaal 2.9 meter lang en 900 kilo zwaar.

Hun hoofdvoedsel bestaat uit schelpdieren, zeesterren, zee-egels, krabben en zeekomkommers. Soms wordt het dieet aangevuld met vis, jonge zeehonden (zelfs baardrobben) en jonge walvissen. Walrussen foerageren door de bodem om te woelen met hun snuit, hierbij voelen ze dan met hun snorharen of er voedsel aanwezig is zoals schelpen, krabben etc. Als de walrus wat vindt zuigt hij dit naar binnen. Ze houden zich warm door hun enorme vetlaag die gemiddeld zo een 10 centimeter dik is. Walrussen kunnen maximaal ongeveer 40 jaar oud worden

<<<<  terug


Zeehond (Harbour Seal). De Zeehond is kleiner dan de zeeleeuw, zo’n 120 – 170 cm. Hij heeft een geelgrijze tot bruine vacht van korte haartjes, en zwarte vlekken op rug en kop. Je vindt hem lekker luierend op het strand, ijsschots, of nieuwsgierig opduikend rondom je boot of kajak. Ze hebben geen uitwendige oorschelpen.

Ze voeden zich voornamelijk met vis, maar ook met kreeftachtige, inktvissen en wulken. Vooral haring en kabeljauwachtige zijn belangrijke prooidieren.

Soms zwemmen ze vanuit zee een stukje de rivier op, op zoek naar een smakelijke vis.

<<<<  terug


Zalmen (Salmon). In Alaska komen diverse soorten zalmen voor:

- King Salmon, gemiddeld 80-90 cm groot en 8-10 kg zwaar. Tijdens de zalmtrek zijn ze donkerrood tot zwart, met een groenig hoofd en witte schimmelvlekken op plaatsen waar ze beschadigd zijn.
- Chum Salmon, tijdens de zalmtrek op de zijkanten groene en donkerpaarse brede banden. Mannetje heeft kromme bek met uit de onderkaak een paar flinke hoektanden, waardoor hij ook wel ‘dog salmon’ wordt genoemd.
- Silver Salmon, één van de taaiste soorten die doorgaat waar anderen ophouden. In zee zilverkleurig maar tijdens de trek groen op de rug met donkerrode zijkanten.
- Pink Salmon, meest voorkomende soort met een relatief korte levenscyclus. Mannetjes zijn bruin tot zwart op de rug en licht van onderen met een hoge rug, waardoor ze ook ‘humpback’ worden genoemd. Vrouwtjes olijfgroen met schaduwplekjes.

<<<<  terug


Witkop Zeearend (Bald Eagle). De Witkop Zeearend werd in 1782 door het Amerikaanse Congres gekozen als nationaal symbool en verscheen op vlaggen, geld en gebouwen. Met een grootte van 75-100 cm en een spanwijdte van 2 tot 2½ m, de forse gele haaksnavel en handgrote klauwen, straalt dit dier kracht en superioriteit uit. Het duidelijkst is de arend te herkennen aan de spierwitte kop. Ze bouwen hun nest in de top van een eeuwenoude spar of ceder, dicht bij zee of aan een rivier. Het nest meet zeker 1 tot 2 meter in doorsnee en wordt generatie op generatie gebruikt. Sommige nesten zijn daardoor wel 400 jaar oud en wegen 1000 kg! 

<<<<  terug


Steenarend (Golden Eagle). De Steenarend heeft het beste gezichtsvermogen van alle dieren. Hij is in staat een konijn te zien van wel 2 kilometer hoogte. Het heeft een spanwijdte van gemiddeld 2 m en een lengte van 1 m. De kleuren van de veren variëren van zwart-bruin tot donkerbruin, met een opvallende gouden nek en kop. Deze opvallende gouden kleur geven de vogel zijn naam. De bovenkant van de vleugels hebben ook een onregelmatige lichtere gedeelte. Op hun menu staan marmotten, grondeekhoorns, hazen, muizen, vogels, vossen en jonge geiten. Tijdens de strenge wintermaanden, wanneer prooi schaars is, eten ze kadavers van dode dieren. Als ze deze niet kunnen vinden pakken ze uilen, valken en de grote hoefdieren.

<<<<  terug


Canadese Kraanvogel (Sandhill Crane). De Canadese Kraanvogel, ook wel Prairiekraanvogel genoemd, is een soort die voornamelijk in Noord-Amerika en Noordoost-Siberië voorkomt. De volwassen vogels zijn grijs gekleurd, met een rood voorhoofd, witte wangen en een lange, donkergekleurde snavel. Ze hebben donkergekleurde poten die tijdens het vliegen naar achter steken. Ze voeden zich onder meer met insecten, waterplanten, waterdieren, knaagdieren, zaden en bessen. De Canadese Kraanvogel heeft de grootste populatie en geografische verspreiding van alle kraanvogelsoorten. Ze broeden in de moerasgebieden van Canada en Alaska, het midwesten en zuidoosten van de Verenigde Staten, Siberië en Cuba. 

<<<<  terug


Raaf (Raven). De Raaf, groter dan de kraai en de roek, kan zo'n 60 cm groot worden en een spanwijdte van 1,20 m. Hij is inktzwart en heeft een wigvormige staart, de snavel is ook in verhouding wat zwaarder en licht gekromd. Hij is een alleseter maar leeft vooral van knaagdieren, insecten en larven, wormen, jonge vogels, kadavers, mossels en aangespoelde vissen. Op het menu staan ook plantendelen als bessen en fruit en mest van andere dieren. Raven worden gezien als slimme dieren. Er wordt beweerd dat raven in de natuur wel eens met wolven een pact vormen. Als de raaf een gewond dier ziet dan gaat hij op zoek naar een wolf en trekt diens aandacht. Nadat de wolf klaar is met de prooi kan de raaf aan zijn maal beginnen. Ze spelen ook een belangrijke rol in de mythologie van de indiaanse bevolking.

<<<<  terug


IJsduiker (Common Loon). De IJsduiker is een vrij grote vogel van ongeveer 80 cm groot. Het heeft een zwarte kop en een lichte, zwart-wit gestreepte hals. Zijn rug is net een dambord met een zwart-wit patroon. Heel opvallend is ook zijn knalrode ogen. De ijsduiker broedt aan binnenwateren van Alaska. 's Winters trekt hij ver naar het zuiden en is hij te vinden aan de kusten van  Noord-Amerika. De IJsduiker leeft van de visvangst, maar ook kreeftachtige en soms zelf waterplanten staan op het menu. In de broedtijd maakt de vogel een apart klagend geluid. Het geluid is typerend voor de wildernis en wordt wel met het gelach van een geestesgestoorde vergeleken, vandaar de naam: loon (van loony: gek).

<<<<  terug


Sneeuwhoen (Ptarmigan). De Sneeuwhoen komt voor boven de boomgrens van Alaska. In de winter is deze vogel helemaal wit met uitzondering van een zwarte snavel en ogen. In de zomer heeft hij een bruin gevlekt verenkleed.  Hun menu bestaat hoofdzakelijk uit wilgenknoppen. Maar omdat er niet altijd wilgenknoppen voorhanden zijn eten ze ook de bladeren en bloemen van verschillende planten. Ook insecten en bollen van diverse planten staan op het menu. Ze eten steengruis om het voedsel te verteren. In de zomer is de Sneeuwhoen nauwelijks te onderscheiden van de omgeving door hun bruinwit gevlekte verenkleed. Meestal blijven ze doodstil zitten, maar als u te dichtbij komt vliegen ze met veel lawaai weg.

<<<<  terug


Boshoen (Spruce Grouse). De Boshoen, ook wel boskip genoemd, komt voor in de sparrenbossen van Alaska. De volwassen mannetjes zijn voornamelijk grijs met een zwart-witte borst en een lange staart. Opvallend is de rode kam boven de ogen. De volwassen vrouwtjes zijn bruin gevlekt met witte strepen over de borst. In de winter eten ze de naalden en knoppen van de bomen en in de zomer eten ze ook bessen, insecten en diverse groene planten. Net als de sneeuwhoen eten ze steengruis om het voedsel te verteren. In de zomer zijn ze goed gecamoufleerd en vliegen pas op als u ze tot op een meter bent benaderd. In de winter zijn ze erg schichtig omdat ze dan meer opvallen in de sneeuw. Ze worden namelijk niet wit zoals Sneeuwhoen.

<<<<  terug


Links: