|
|
| DIEREN VAN
ALASKA |
 |
| De wildstand in Alaska is nog
zodanig dat er een goede kans bestaat dat u verschillende soorten
zult tegenkomen of zien. Enkele karakteristieke of veelvuldig
voorkomende dieren worden hieronder besproken.
Klik
op een naam hieronder om naar het desbetreffende dier te gaan. |
 |
Eland
(Moose).
De Eland is na de bizon het grootste landdier
van het continent. Een onmiskenbare verschijning met zijn
paardachtige kop, bult op de rug en een enorm gewei met platte
bladen (mannetje). Ze zijn enorm sterk en vooral het mannetje kan in
de herfst, tijdens de bronstijd, een geduchte vijand zijn. Ze zijn
dan opgefokt en agressief naar alles wat een geduchte concurrent kan
zijn. De enige vijanden van de Eland zijn de mens en wolf. In de
zomer ziet u hem veelvuldig in natte valleien, moerassen en langs
meren staan. Ze staan in het water en grazen de waterplanten van de
bodem. Ook eten ze de jonge twijgen van de bomen. |
 |
Kariboe (Caribou).
De Kariboe wordt ongeveer 180 cm lang en bereikt een hoogte van 1 m
bij de schouders. De vacht is vaalbruin met oneven witte vlekken, in
de winter wordt hij lichter van kleur. Zowel het mannetje en het
vrouwtje krijgen een gewei, en dat is uniek bij hertachtigen. Hij
heeft een bijzondere manier van rennen, met de nek gestrekt en de
kop doodstil lijkt het alsof de hoeven de grond niet raken en ze
moeiteloos zweven. Ze komen voor op de alpiene weiden en in de
subalpine zone. De Kariboe eet voornamelijk rendiermos, grassen en
zeggesoorten. Het hele jaar door trekken ze over de toendra op zoek
naar geschikte eetgronden. |
 |
Berggeit (Mountain
Goat).
Berggeiten lopen over de meest extreme
berghellingen en rotsmassieven. Ze zijn zulke behendige klimmers dat
ze nauwelijks iets te vrezen hebben voor beren, wolven of poema’s.
Ondanks dat de sneeuwgeit goed is aangepast aan het leven op steile
rotskliffen, komen ongelukken voor. Lawines en vallende rotsen maken
de grootste slachtoffers onder de geiten. Het beest is volledig wit
en voorzien van een lange dikke vacht. Ze eten zomers vooral
grassen, jonge scheuten, bladeren en twijgen van struiken. 's
Winters eet hij voornamelijk mos en korstmos, twijgen van dennen,
sparren, jeneverbes en ratelpopulier, en de wortelstokken van
varens. |
 |
Dall Schaap
(Dall Sheep).
De Dall Schaap, het enige witte schaap ter
wereld, is kleiner dan hun zuidelijke verwant die in de Canadese
Rockies leven. Net als de Berggeit komen ook zij hoog boven de
boomgrens voor.Ze voeden zich in de zomer met een grote
verscheidenheid aan planten. In de winter voeden ze zich met droge,
bevroren gras, zegge, korstmossen en mossen. Hun voornaamste
vijanden zijn wolven, beren, de veelvraat, de lynx en de steenarend.
Ook het weer eist haar tol, als hun voedsel onder een harde laag ijs
verborgen zit kunnen ze verhongeren. |
 |
Grizzlybeer
(Grizzly Bear). Deze beer is het symbool van de
wildernis, een dier dat groter en sterker is dan ons. Een gemiddelde
‘mighty grizzly’ heeft een lengte van 190 cm, en een schouderhoogte
van 130 cm. Het gewicht varieert van 250 t/m 400 kg. Ze hebben een
flinke schouderbult, heel lange nagels en een pels die varieert van
blond tot bruin en bijna zwart. De grizzly is een alleseter: in het
voorjaar met vers groenvoer, midden in de zomer met bessen, maar ook
calorierijk vlees van jonge of zieke hoefdieren. Op zijn tijd graaft
hij een marmot of grondeekhoorn uit. En dan natuurlijk de verse zalm
tijdens de zalmentrek. De hele zomer en najaar zijn erop gericht om
zoveel mogelijk vet aan te maken, want een beer die hongerig de
winterslaap ingaat zal het voorjaar niet meemaken. |
 |
Kodiakbeer (Kodiak
Bear).
De Kodiakbeer is de grootste beer en het grootste landroofdier op
aarde. Gemiddeld is een mannetje zo'n 400 kg zwaar, maar er zijn
exemplaren bekend van 1000 kg.
Ondanks hun grootte zijn ze in staat snelheden van 50 km/h te halen
en die tijden lang vast te houden. Eens werd gezien hoe een
Kodiakbeer een paard achterna jaagde, inhaalde en doodde. Het is een
alleseter, dit houdt in dat ze zowel vlees als planten eten. Toch
gaat hun voorkeur uit naar planten. Op hun menu staat o.a. noten,
bessen, wortels, gras, bladeren, boomschors en ook honing. In de
herfst eet hij vooral zalm als die bezig is met de jaarlijkse trek.
De naam Kodiakbeer stamt af van het eiland Kodiak voor de kust van
Alaska. Andere eilanden waar de beer voorkomt zijn Afognak, en
Shuyak. |
 |
Zwarte Beer
(Black Bear). De Zwarte Beer is ongeveer 160 cm groot,
een schouderhoogte van 95 cm, en een gewicht van 170 kg. Hij is
beduidend kleiner dan de Grizzly, heeft geen schouderbult, en de kop
en snuit zijn eerder langgerekt zoals bij een hond: hij heeft
bovendien flinke oren. Het dieet bestaat voor 75% uit plantaardig
voedsel, maar ook mieren, vis en kadavers worden gegeten. Ze leven
vooral in gemengde bossen van loof-en naaldhout. De naam
Zwarte Beer is misleidend, want veel zwarte beren komen in
kaneelkleurige variant voor. Ze eten zich vet in de late zomer en
gaan vervolgens in november in winterslaap. Anders dan de Grizzly
kan de Zwarte Beer in bomen klimmen. |
 |
IJsbeer (Polar Bear).
De IJsbeer is na de Kodiakbeer het grootste landroofdier. Een
volwassen mannetjes beer kan tot 3 meter lang en 800 kilogram zwaar
worden. De IJsbeer komt enkel voor in en rond het Noordpoolgebied.
Hun lichaam is aangepast aan het leven in deze gebieden waar het
vaak 20 tot 30 graden vriest. Hun grote poten met behaarde zool
zorgen ervoor dat het lichaamsgewicht goed wordt verdeeld, waardoor
ze ook over dun ijs kunnen lopen zonder erdoor te zakken. Ze voeden
zich het liefst met zeerobben en zeehonden, walrussen, beluga
walvissen, vissen, lemmingen, zeevogels, eieren en zelfs bessen,
grassen en wier.
IJsberen kunnen ontzettend goed ruiken, waardoor ze een zeehond
kunnen ruiken die een meter onder het ijs zit en meer dan een
kilometer verder is. Een dood dier ruiken ze zelfs op 25 kilometer
afstand. |
 |
Wolf (Wolf). De Wolf is ongeveer 175 cm lang, een schouderhoogte van 1 m,
en een gewicht van 50 kg. Ze leven net als de mens in groepen,
waarbinnen sterke sociale banden heersen, en werken samen om een
doel te bereiken. Het zijn meestal kleine groepen van 6 tot 15
exemplaren. Ze jagen op marmotten, hazen, maar ook op jonge herten,
kariboe -of elandkalfjes. Als je denkt een wolf te zien dan is het
meestal een husky of coyote, die veel algemener voorkomt. Zeker in
de buurt van dorpen en wegen. Wolven komen nog maar zelden voor in
dichtbevolkte gebieden omdat ze daar zijn uitgeroeid. Het is
misschien wel het mooiste geluid van de wildernis: de huilende zang
van de wolf. |
 |
Coyote
(Coyote).
De Coyote is kleiner dan de wolf en heeft een
staart die net als bij vossen dik en luchtig is. De vacht is grijs
tot roodgrijs, met roestbruine poten en oren, en een crèmekleurige
buik. Ze leven van kleine knaagdieren, hazen, gevogelte en soms een
heel jong hert. De coyote 'leeft in kleine groepen, van 4 tot 9
exemplaren, of solitair in de prairie en in niet te dichtbegroeide
bossen. Als de Coyote op jacht gaat jagen ze voornamelijk in
tweetallen. Een wolf of poema ziet de Coyote als concurrent en zal
hem doden als hij de kans krijgt, meestal zonder hem op te eten. Het
meest actief zijn ze in de schemering of de nacht. |
 |
Lynx (Lynx). De Lynx is een katachtige en heeft een grijze vacht,
lange poten met grote voeten, en typische pluimpjes aan de uiteinden
van de oren. Ze komen voor in subalpiene bossen waar ze jagen op
sneeuwschoenhazen, eenden en knaagdieren. Het zijn uitstekende
jagers die zich vaak vanuit de hoogte op hun prooi storten. Ze zijn
meestal solitair, hoewel een kleine groep van lynxen zich samen kunnen
verplaatsen, ze hebben vaak een territorium van ongeveer 200 km². En
soms gaan ze samen op jacht. Door de jacht en verdrijving uit hun
leefgebied zijn deze katten tegenwoordig vrij zeldzaam geworden
daarbij zijn ze erg schuw. U zult ze daarom niet zo gauw zien.
|
 |
Poolvos (Arctic
Fox). De Poolvos leeft op de Arctische toendra van Alaska,
maar komt ook voor in de rest van Noord-Amerika, Noord-Europa en
Noord-Azië.
De vachtkleur varieert. In de zomer is het dier meestal grijsachtig
bruin, in de winter wit. Poolvossen verschillen van gewone vossen
door de kortere oren en snuit, de rondere kop en de dikkere vacht.
Ook hebben ze harige voetzolen. De poolvos voedt zich met kleine
zoogdieren, vooral lemmingen en andere woelmuizen. Ook sneeuwhazen,
vogels en eieren insecten, bessen en vruchten staan op het menu. |
 |
Rode Vos (Red Fox). De vos heeft
tegenwoordig het grootste verspreidingsgebied van alle roofdieren.
Hij komt voor over praktisch het gehele Noordelijk Halfrond, van de
poolcirkel tot Noord-Afrika, Midden-Amerika en het Aziatische
steppengebied. Op zijn menu staan meestal kleine en middelgrote
prooidieren, zoals grote kevers, muizen en andere knaagdieren,
konijnen, hazen, vogels en katten, eieren, regenwormen en egels. Ook
vruchten en bessen (vooral bramen) worden gegeten, evenals aas,
placenta's en afval. Zijn vacht is over het algemeen roodbruin, maar
het kan ook beige tot helderrood zijn, of zilverkleurig tot zwart. |
 |
Veelvraat (Wolverine). De
Veelvraat komt voor in Arctische gebieden zoals Alaska, Noord-Canada,
Rusland, Siberië en Scandinavië. Ze geven de voorkeur aan
bergachtige gebieden met rotshellingen. Hij behoort tot de familie
van de marterachtigen en is een carnivoor. Op het menu staan
knaagdieren, vogels, eieren, vruchten, bessen en aas. Meestal jaagt
hij vanuit een hinderlaag. Hij staat ook bekend als een erg sterk en
furieus beest. Het schrikt er zelfs niet voor terug om een
grizzlybeer of een eland aan te vallen. Veelvraten zijn niet geliefd
bij jagers, omdat zij de vallen met gevangen dieren leeghalen. Ook
wordt er in Alaska nog steeds op gejaagd voor de pels, en de Eskimo
gebruikt de bont van de veelvraat in hun jassen.
|
 |
Rivierotter (River Otter).
De
Rivierotter is een goede meter lang, waarvan de staart bijna de
helft meet. De dichte vacht is donkerbruin, de kop flink uitgedost
met lange snorharen en tussen de poten bevinden zich zwemvliezen.
Het is een zeer slanke snelle zwemmer, een jager in helder traag
stromende rivieren, moerassen en aan de kust in zee. Op hun menu
staat voornamelijk vis, maar ze eten ook kleine zoogdieren als
muizen, amfibieën en rivierkreeften. De rivierotter leeft meestal
solitair, maar is niet agressief tegenover soortgenoten. Ze spelen
daarentegen regelmatig met andere soortgenoten. Vroeger werd er veel
op de rivierotter gejaagd voor zijn vacht. |
 |
Zeeotter (Sea Otter). De Zeeotter
is veel groter dan zijn rivierverwant. Ze zijn ongeveer 75 – 100 cm
groot, geheel ingepakt in een dichte bruine vacht van lange haren.
De voorpoten hebben vingers met zwemvliezen, de achterpoten lijken
meer op flippers. Het zijn echte zeedieren, die eten, slapen, paren
en zelfs hun jongen ter wereld brengen in het water. Ze eten
zee-egels, krabben, mosselen en vis.
Hij was bijna uitgestorven door
overbejaging, maar gelukkig heeft een klein groepje het toch
overleefd. Inmiddels is hij weer vrij talrijk aan de kust van Alaska
te zien. |
 |
Bever (Beaver). De Bever is het
grootste knaagdier van het hoge noorden. Hij is ruim een meter lang,
waarvan bijna de helft wordt ingenomen door de platte en onbehaarde
staart. Bevers eten uitsluitend plantaardig materiaal. Het menu
bestaat onder andere uit oeverplanten, riet, waterlelies, jonge
twijgen, bladeren en boomschors. In de zomer eet hij vooral kruiden
en waterplanten. Hij bouwt dammen in rustig stromende beekjes
en zet daarmee de omgeving onder water. De halfronde koepel wordt
gemaakt van takken en twijgen, afgesmeerd met modder en voorzien van
enkele vluchtgangen onder water. Er werd vroeger op ze gejaagd
vanwege hun pels. |
 |
Grijze Marmot (Hoary Marmot). De
Grijze Marmot heeft een dikke harige vacht die op zijn kop en rug
zilvergrijs is, en op zijn staart en buik roodbruin. Ze bevolken
zonnige alpineweide waar ze hun holen hebben. Eentje staat op de
uitkijk, terwijl de anderen zich te goed doen aan het verse groen,
een beetje spelen, of liggen te soezen in de zon. Maar zodra een
vijand (grizzly, mens of arend) wordt gesignaleerd klinkt een hoge
fluittoon, een teken voor de hele kolonie zich uit de voeten te
maken. De Grijze Marmot voedt zich met grassen, kruiden en zeggen.
Soms eet hij ook bloemen, onrijpe vruchten en wortels. |
 |
Grondeekhoorn (Ground Squirel).
De Grondeekhoorn lijkt veel op de Wangzakeekhoorn (Chipmunk), maar
hebben witte strepen op de flanken, niet op de kop. Ook zijn ze een
stuk groter, tussen de 20 en 25 cm. Ze leven in kleine groepen en
maken holen onder de grond. Je ziet ze in de open velden, onder
rotsen en in zanderig terrein. Ze eten bessen, zaden, maar ook
bloemen en paddenstoelen. Grondeekhoorns leven over het
algemeen in sociale groepen en leggen onder de grond gangen en
burchten aan. Grondeekhoorns kennen veel vijanden, waaronder
roofvogels, de grizzly, wolven, vossen en marterachtigen. |
 |
Stekelvarken (Porcupine).
Het
Stekelvarken is een zeer algemeen voorkomend knaagdier, vooral in
sparrenbossen en dennenbossen tot aan de boomgrens. Hij is 70 cm
groot en heeft een gewicht van 6 tot 7 kg. Het heeft een zwarte
snoet en een lange bruine vacht, waar 30.000 scherpe stevige stekels
bevinden. Als hij wordt lastig gevallen dan zet hij zijn
stekelharnas op. De onbeschermde buik is het meest kwetsbaar.
Het zijn nachtdieren en gaan vaak in
hun eentje op zoek naar voedsel. Dit voedsel bestaat uit plantaardig
materiaal als plantenwortels, knollen, bast, gevallen vruchten. |
 |
Bultrug (Humpback Whale). De
Bultrug is een van de grotere walvissoorten met een maximale lengte
die kan variëren van 12 tot 15 meter. Het wijfje wordt groter dan
het mannetje. Een volwassen exemplaar weegt 25 tot 30 ton. Het
eerste wat je van dit dier ziet is een fontein van waterdamp als ze
boven water uitademen. Daarna verschijnt de rug en als klap op de
vuurpijl, tilt het 16 m lange beest de staartvin helemaal uit het
water. Hierna zie je hem voor een lange tijd niet terug. De naam
heeft hij te danken aan de bobbel die vlak voor de kleine rugvin zit
(deze ontbreekt bij de grijze walvis). Ze voeden zich met kril en
vis, die ze vangen met hun baleinen. |
 |
Orka (Killer Whale). De Orka is ook
een zoogdier die boven water adem moet halen. Te herkennen aan zijn
zijn typische zwart-witte kleuring, de enorme rugvin, die tot 2
meter hoog kan zijn, en slanke verschijning. Mannetjes kunnen tot
9,5 meter lang worden en tot 6 ton wegen. De vrouwtjes zijn iets
kleiner, tot 8,5 meter, en kunnen ongeveer 5 ton wegen.
Ze worden ook wel de ‘wolven van de
zee’ genoemd omdat ze in groepen leven en door samen te werken de
grootste en sterkste prooien klein krijgen. Ze jagen op vis,
zeehonden, zeeleeuwen, pinguïns, inktvissen en zelfs
walvissen, maar heeft respect voor de mens. Tot op heden is nog
nooit een mens aangevallen door een wilde orka. |
 |
Zeeleeuw (Stellar Sea Lion).
De
Zeeleeuw kan wel 3 m lang worden en meer dan 1000 kg wegen
(mannetje). Ze zijn te onderscheiden van zeehonden door hun
oorschelpen en doordat ze hun flippers naar voren kunnen leggen. Ze
wonen in grote kolonies op de meest roerige rotseilanden, zo ver
mogelijk in de oceaan. Wie ze door het water ziet schieten, kan niet
anders dan onder de indruk raken van de wendbaarheid en gratie
waarmee het dier zich beweegt. Op het land zie je hem stuntelen als
in een slapstick.
Hij jaagt voornamelijk op zeevis en
haring, maar ook krabben, garnalen, octopussen, inktvissen en
mosselen staan op het menu. |
 |
Walrus (Walrus).
De Walrus is een robbensoort die in de koude
zeeën van het noordelijke halfrond voorkomt. Het meest opvallende
kenmerk van de Walrus zijn de lange slagtanden. Ze komen voor bij
beide geslachten maar bij het mannetje zijn ze meestal langer,
rechter en steviger.
De mannetjes kunnen wel 3.5 meter lang worden en wel 1800 kilo
wegen, de vrouwtjes zijn echter kleiner, maximaal 2.9 meter lang en
900 kilo zwaar.
Hun hoofdvoedsel
bestaat uit schelpdieren, zeesterren, zee-egels, krabben en
zeekomkommers. Soms wordt het dieet aangevuld met vis, jonge
zeehonden (zelfs baardrobben) en jonge walvissen. Walrussen
foerageren door de bodem om te woelen met hun snuit, hierbij voelen
ze dan met hun snorharen of er voedsel aanwezig is zoals schelpen,
krabben etc. Als de walrus wat vindt zuigt hij dit naar binnen. Ze
houden zich warm door hun enorme vetlaag die gemiddeld zo een 10
centimeter dik is. Walrussen kunnen maximaal ongeveer 40 jaar oud
worden |
 |
Zeehond (Harbour Seal). De Zeehond
is kleiner dan de zeeleeuw, zo’n 120 – 170 cm. Hij heeft een
geelgrijze tot bruine vacht van korte haartjes, en zwarte vlekken op
rug en kop. Je vindt hem lekker luierend op het strand, ijsschots,
of nieuwsgierig opduikend rondom je boot of kajak. Ze hebben geen
uitwendige oorschelpen.
Ze voeden zich voornamelijk met vis,
maar ook met kreeftachtige, inktvissen en wulken. Vooral haring en
kabeljauwachtige zijn belangrijke prooidieren.
Soms zwemmen ze vanuit zee een stukje
de rivier op, op zoek naar een smakelijke vis. |
 |
Zalmen (Salmon). In Alaska komen
diverse soorten zalmen voor:
- King Salmon, gemiddeld 80-90 cm
groot en 8-10 kg zwaar. Tijdens de zalmtrek zijn ze donkerrood tot
zwart, met een groenig hoofd en witte schimmelvlekken op plaatsen
waar ze beschadigd zijn.
- Chum Salmon, tijdens de zalmtrek op de zijkanten groene en
donkerpaarse brede banden. Mannetje heeft kromme bek met uit de
onderkaak een paar flinke hoektanden, waardoor hij ook wel ‘dog
salmon’ wordt genoemd.
- Silver Salmon, één van de taaiste soorten die doorgaat waar
anderen ophouden. In zee zilverkleurig maar tijdens de trek groen op
de rug met donkerrode zijkanten.
- Pink Salmon, meest voorkomende soort met een relatief korte
levenscyclus. Mannetjes zijn bruin tot zwart op de rug en licht van
onderen met een hoge rug, waardoor ze ook ‘humpback’ worden genoemd.
Vrouwtjes olijfgroen met schaduwplekjes. |
 |
Witkop Zeearend (Bald Eagle). De
Witkop Zeearend werd in 1782 door het Amerikaanse Congres gekozen
als nationaal symbool en verscheen op vlaggen, geld en gebouwen. Met
een grootte van 75-100 cm en een spanwijdte van 2 tot 2½ m, de forse
gele haaksnavel en handgrote klauwen, straalt dit dier kracht en
superioriteit uit. Het duidelijkst is de arend te herkennen aan de
spierwitte kop. Ze bouwen hun nest in de top van een eeuwenoude spar
of ceder, dicht bij zee of aan een rivier. Het nest meet zeker 1 tot
2 meter in doorsnee en wordt generatie op generatie gebruikt.
Sommige nesten zijn daardoor wel 400 jaar oud en wegen 1000 kg!
|
 |
Steenarend (Golden Eagle).
De
Steenarend heeft het beste gezichtsvermogen van alle dieren. Hij is
in staat een konijn te zien van wel 2 kilometer hoogte. Het heeft
een spanwijdte van gemiddeld 2 m en een lengte van 1 m. De kleuren
van de veren variëren van zwart-bruin tot donkerbruin, met een
opvallende gouden nek en kop. Deze opvallende gouden kleur geven de
vogel zijn naam. De bovenkant van de vleugels hebben ook een
onregelmatige lichtere gedeelte. Op hun menu staan marmotten,
grondeekhoorns, hazen, muizen, vogels, vossen en jonge geiten.
Tijdens de strenge wintermaanden, wanneer prooi schaars is, eten ze
kadavers van dode dieren. Als ze deze niet kunnen vinden pakken ze
uilen, valken en de grote hoefdieren. |
 |
Canadese Kraanvogel (Sandhill Crane).
De Canadese Kraanvogel, ook wel Prairiekraanvogel genoemd, is een
soort die voornamelijk in Noord-Amerika en Noordoost-Siberië
voorkomt. De volwassen vogels zijn grijs gekleurd, met een rood
voorhoofd, witte wangen en een lange, donkergekleurde snavel. Ze
hebben donkergekleurde poten die tijdens het vliegen naar achter
steken. Ze voeden zich onder meer met insecten, waterplanten,
waterdieren, knaagdieren, zaden en bessen. De Canadese Kraanvogel
heeft de grootste populatie en geografische verspreiding van alle
kraanvogelsoorten. Ze broeden in de moerasgebieden van Canada en
Alaska, het midwesten en zuidoosten van de Verenigde Staten, Siberië
en Cuba. |
 |
Raaf (Raven). De Raaf, groter dan de
kraai en de roek, kan zo'n 60 cm groot worden en een spanwijdte van
1,20 m. Hij is inktzwart en heeft een wigvormige staart, de snavel
is ook in verhouding wat zwaarder en licht gekromd. Hij is een
alleseter maar leeft vooral van knaagdieren, insecten en larven,
wormen, jonge vogels, kadavers, mossels en aangespoelde vissen. Op
het menu staan ook plantendelen als bessen en fruit en mest van
andere dieren. Raven worden gezien als slimme dieren. Er wordt
beweerd dat raven in de natuur wel eens met wolven een pact vormen.
Als de raaf een gewond dier ziet dan gaat hij op zoek naar een wolf
en trekt diens aandacht. Nadat de wolf klaar is met de prooi kan de
raaf aan zijn maal beginnen. Ze spelen ook een belangrijke rol in de
mythologie van de indiaanse bevolking. |
 |
IJsduiker (Common Loon). De
IJsduiker is een vrij grote vogel van ongeveer 80 cm groot. Het
heeft een zwarte kop en een lichte, zwart-wit gestreepte hals. Zijn
rug is net een dambord met een zwart-wit patroon. Heel opvallend is
ook zijn knalrode ogen. De ijsduiker broedt aan binnenwateren van
Alaska. 's Winters trekt hij ver naar het zuiden en is hij te vinden
aan de kusten van Noord-Amerika. De IJsduiker leeft van de
visvangst, maar ook kreeftachtige en soms zelf waterplanten staan op
het menu. In de broedtijd maakt de vogel een apart klagend geluid.
Het geluid is typerend voor de wildernis en wordt wel met het gelach
van een geestesgestoorde vergeleken, vandaar de naam: loon (van
loony: gek). |
 |
Sneeuwhoen (Ptarmigan). De
Sneeuwhoen komt voor boven de boomgrens van Alaska. In de winter is
deze vogel helemaal wit met uitzondering van een zwarte snavel en
ogen. In de zomer heeft hij een bruin gevlekt verenkleed. Hun
menu bestaat hoofdzakelijk uit wilgenknoppen. Maar omdat er niet
altijd wilgenknoppen voorhanden zijn eten ze ook de bladeren en
bloemen van verschillende planten. Ook insecten en bollen van
diverse planten staan op het menu. Ze eten steengruis om het voedsel
te verteren. In de zomer is de Sneeuwhoen nauwelijks te
onderscheiden van de omgeving door hun bruinwit gevlekte verenkleed.
Meestal blijven ze doodstil zitten, maar als u te dichtbij komt
vliegen ze met veel lawaai weg. |
 |
Boshoen (Spruce Grouse). De
Boshoen, ook wel boskip genoemd, komt voor in de sparrenbossen van
Alaska. De volwassen mannetjes zijn voornamelijk grijs met een
zwart-witte borst en een lange staart. Opvallend is de rode kam
boven de ogen. De volwassen vrouwtjes zijn bruin gevlekt met witte
strepen over de borst. In de winter eten ze de naalden en knoppen
van de bomen en in de zomer eten ze ook bessen, insecten en diverse
groene planten. Net als de sneeuwhoen eten ze steengruis om het
voedsel te verteren. In de zomer zijn ze goed gecamoufleerd en
vliegen pas op als u ze tot op een meter bent benaderd. In de winter
zijn ze erg schichtig omdat ze dan meer opvallen in de sneeuw. Ze
worden namelijk niet wit zoals Sneeuwhoen. |
|